Gelovige mannen en vrouwen vormen samen de Kerk en proberen in gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid het Rijk Gods hier op aarde te realiseren, met Jezus als voorbeeld. Daarbij is de inbreng van elke gelovige van onmisbare waarde. Het Tweede Vaticaans Concilie plaatste op basis van deze intuïtie het "Volk van God onderweg" duidelijk centraal. De brede beweging van gelovigen houdt het visioen van het Rijk Gods levend door de eerlijke geloofsovertuiging van wie daarbij aangesloten is, door hun kerkelijke betrokkenheid, evangelische bezieling en dagelijkse inzet. In dit proces van Kerkopbouw en -vernieuwing is de H. Geest actief aan het werk.
In het geval van het Katholieke geloof gaat het om een openbaring die geworteld is in het evangelie, in de Traditie én in het leven van gelovige mensen. Vandaag is iedere gelovige drager van een stukje Openbaring in zijn leven. Wanneer deze ervaring naast de ervaring van de Traditie wordt gelegd is dit voor de Kerk een wezenlijke verrijking.
Vaticanum II erkent dit vooral in Lumen Gentium (n°12) waar het zegt: "de gemeenschap als geheel van de gelovigen, die een zalving van de Heilige Geest hebben ontvangen, kan niet dwalen in het geloof; en zij manifesteert dit bijzondere kenmerk door middel van de bovennatuurlijke geloofsintuïtie van geheel het volk, wanneer dit "vanaf de bisschoppen tot aan de eenvoudigste gelovigen" zijn universele eensgezindheid uitdrukt in zaken van geloof en zeden". Deze "onfeilbaarheid" waarbij het geheel van gelovigen het geloof niet kan verliezen, brengt met zich mee dat ook gelovige mannen en vrouwen naar de mate van hun kennis (geschoold theoloog of gelovige (on)geschoolde), bevoegdheid (leek, religieus of priester) en bekwaamheid waarover zij beschikken (huisvader/moeder, grootouder of jongere, gehuwd of ongehuwd...), geroepen, ja zelfs verplicht zijn hun mening uit te spreken in aangelegenheden die het welzijn van de Kerk aanbelangen (cf. CIC 212, n°2&3).
Elke tijd en elke regio leggen andere accenten in dit authentieke geloofsverstaan. Het IPB beoogde bij zijn oprichting in 1970 een representatief en permanent adviesorgaan te vormen voor de Kerk in Vlaanderen. Omdat sindsdien andere adviserende interdiocesane commissies zijn opgericht, ligt de klemtoon vandaag meer op ontmoeting, uitwisseling, meningvorming en overleg over de bisdommen heen.