Forum 8 december 2012

Voorstelling resultaten bevraging parochiekerken
Jan Jaspers, directeur expertisecentrum onroerend kerkelijk erfgoed CRKC

Pastoraal plan van onderuit: een getuigenis uit Klein Brabant
Inge Hauchecorne, geëngageerde vrijwilliger betrokken bij het traject over parochies en parochiekerken



Toekomst van de territoriale pastoraal - aandachtspunten bij het kerkenplan
na bespreking op het IPB-Bureau van 14 december 2012

Over de kerkgebouwen                 Zie ook Transparant, jg 16, nr. 2, januari 2013, p. 2-3
Meer dan de helft van de kerkgebouwen zijn open buiten de eredienst. Ze worden bezocht voor devotiepraktijken en door mensen die op zoek
zijn naar stilte en bezinning. Ook vele toeristen vinden hun weg naar kerken. Gidsbeurten (en informatieblaadjes) zijn een kans om voor deze groepen cultuur en pastoraal te verbinden.
Een kleine 10% van de kerken wordt ook door andere geloofsgemeenschappen gebruikt waarvan de helft op regelmatige basis. Hierbij stellen zich een aantal vragen naar visie. Bij de gemeenschappen van buitenlandse origine: hoe eigenheid en integratie in evenwicht houden? Bij de nieuwe evangelische groepen en christelijke groepen die niet aangesloten zijn bij de oecumene: wie beoordeelt of we hen kunnen onthalen in onze
kerkgebouwen?
Drie kwart van de kerken kent ook niet-liturgisch gebruik. Maar bij nader toezien gaat het gemiddeld slechts over 1,6 activiteiten per jaar. Oorspronkelijk waren kerken plaatsen van samenkomst voor de gemeenschap en gebeurde er zeer veel in het kerkgebouw. Met de bouw van parochiezalen werd de kerk gereduceerd tot liturgische ruimte. Misschien moeten we opnieuw breder gaan denken.
Vele kerken zijn niet aangepast aan de kleinere vierende gemeenschap. Wie helpt lokaal om de kerk anders in te richten? Zijn kerkfabrieken bereid om hun gelden te investeren in verbouwingen of zelfs nieuwbouw van een gebedsruimte voor de toekomst?Pastorieën: 68% is eigendom van de kerkfabriek en de helft daarvan bewoond door een pastoor of medewerker. Wie heeft inspraak in het woonbeleid? Wordt gedacht aan sociale huisvesting?
De vragenlijsten voor het CRKC werden ingevuld door leden van de kerkfabrieken. Vermoedelijk geven zij een te optimistisch beeld van hun kerk. Hun verlangen naar valorisatie kan soms ingaan tegen de beslissingen op pastoraal niveau. Een goede communicatie tussen de verschillende geledingen zal cruciaal zijn in de komende maanden.

Wat ook meer aandacht verdient:
- de zorg voor de ecologische voetafdruk;
- aandacht voor diaconie in het overleg over de lokale reorganisatie;
- kennis van de elementen uit het kerkelijk recht en de Belgische wetgeving die mee bepalen wat mogelijk is op vlak van samenvoegen of afschaffen van parochies.

En over de gemeenschap
Het risico bestaat dat we met de nota Bourgeois teveel fixeren op schaalvergroting (cfr. fusie van gemeenten) en niet nieuw denken in functie van de toekomst. Veel gelovigen hebben een emotionele band met hun kerkgebouw en dat belet hen soms om de veranderde situatie onder ogen te zien. Denken aan de toekomst is moeilijk als er geen jongere generatie zichtbaar is.
Er is een verregaande ommekeer nodig om van een territoriaal dekkende service te evolueren naar een denken in levende gemeenschappen als Lichaam van Christus dat op zondag samenkomt. Van deze gemeenschappen (parochiaal of kleine christelijke gemeenschappen, jongerengroepen,...) kan een wervende kracht uitgaan. Geloven is iets waar je deugd aan hebt. Mensen vinden er elkaar om inhoudelijk te spreken over geloof, om samen te vieren en om de handen uit de mouwen te steken. We verwachten van het beleid dat het pro-actief hierop inspeelt.
Plannen maken is goed op voorwaarde dat die het leven dat er is, bemoedigen en bevorderen. We hebben leiders nodig die krijtlijnen uitzetten en dan uitnodigen en aanmoedigen om als gemeenschap de uitdaging op te nemen. Initiatieven die groeien vanuit de basis hebben een sterke intrinsieke motivatie.
De parochie of geloofsgemeenschap is er niet voor zichzelf. Ze probeert de Blijde Boodschap gestalte te geven in woord en daad. Nu gaat dikwijls veel tijd naar interne organisatie en de zorg voor het behoud van wat er is. Om toekomst te hebben zijn openheid en onthaal belangrijk. Naast een warm welkom in de liturgische vieringen, zijn diaconie en toeristisch onthaal wegen om (nieuwe) mensen te bereiken.