Uw naasten beminnen gelijk jezelf

Zolang het thema homoseksualiteit een abstractie is, blijft het debat omtrent holebi's theoretisch. Hetzelfde geldt voor AIDS, handicap, enz. Dit alles verandert als homoseksualiteit concreet wordt. Wanneer een lid uit uw onmiddellijke familiekring "ermee zit", dan pas krijgt homoseksualiteit een gelaat.

Het eerste waaraan iemand die "ermee zit" nood heeft, is menselijke erkenning - vooral van diegenen die hij bemint. De homoseksuele man of vrouw wil recht in de ogen gekeken worden. En dat vergt van zijn omgeving een zekere psychologische rijpheid. Wat éénieders seksuele oriëntatie aangaat, maakt een mens onzeker. Daarom ook al die mopjes omtrent Jeannetjes, of Verkeerden. Een mens weert zich tegen al wat hem afschrikt, door het op een afstand te houden: "Ik heb niks tegen homo's, zolang ze uit mijn leven blijven, maar nooit overkomt zoiets mijn zoon of dochter." En als die afstand nu éénmaal te klein wordt, omdat iemand uit de familie en/of vriendenkring daar nu juist "mee zit", dan blijven er maar twee alternatieven over: "doen alsof men niks ziet", of "agressief worden". In beide gevallen wordt uw medemens daarmee genegeerd.
Menselijke erkenning is ook het eerste wat een homoseksueel geaarde van de Kerk verwacht. In al mijn contacten met holebi's (op holebi radio's, in bezinningen met holebi christelijke groepen, enz.) is dat een contante. De meningsverschillen blijven t.a.v. het standpunt van de Kerk die ik vertegenwoordig, maar door mijn serene aanwezigheid midden onder hen, krijgt de "officiële" Kerk ook voor hen een gelaat.
Dus, "back to basics". De eerste "officiële" boodschap van onze Kerk aangaande homoseksualiteit is niet: "Mogen ze huwen of niet?", maar wel: "Ge zult de Heer uw God beminnen met heel uw hart, uw ziel en uw kracht en uw naaste gelijk jezelf"... wat de seksuele geaardheid van deze naaste ook is.

Homoseksualiteit is een feit en geen zonde

Homoseksualiteit is een menselijk gegeven. Bij niet weinigen blijft er een zekere homoseksuele undertone steken vanuit hun adolescentie, maar de meesten voelen zich vanaf 15 jaar overwegend door het andere geslacht seksueel aangetrokken. Sommigen, echter, - "een niet gering aantal mannen en vrouwen" zegt de Universele Catechismus (nr. 2358) - groeien op met grondige homoseksuele tendensen.
De Catechismus gaat verder: "Ze hebben voor deze geaardheid niet gekozen. Voor velen is dit een beproeving. Ze dienen dus met respect behandeld te worden. Elke onrechtmatige vorm van discriminatie tegenover hen moet vermeden worden." (nr.2358)
Is homoseksualiteit voor de Kerk een ziekte, of een handicap? Dat werd als zodanig nooit gezegd! (Het zijn 18eeeuwse schrijvers als Voltaire, of Montesquieu die daarmee begonnen zijn). Homoseksualiteit is voor de Kerk geen ideale vorm van seksualiteit, want ons lichaam is de taal van onze ziel en dit lichaam is nu éénmaal seksueel geaard. Maar men dient eraan toe te voegen dat een "ideale seksualiteit" nauwelijks bestaat. Welke trouwe echtgenoot(e) of deftige priester leeft met een seksualiteit die hij als ideaal zou bestempelen?

Geroepen tot kuisheid

Waartoe is een homoseksueel geaarde geroepen? "Tot kuisheid", zo luidt de Universele Catechismus (nr.2359) Dat geldt trouwens voor ieder gedoopte, want kuisheid betekent: "de geslaagde integratie van seksualiteit in een menselijk bestaan" (Compendium nr.488) en die komt tot stand "stap voor stap, door etappes van groei" (Compendium nr.489). Dus weet de Kerk maar al te goed dat het ideaal van kuisheid geen startpunt is, maar wel een einddoel. En dat is voor de meeste onder ons een hele opluchting.
Maar aangezien de ideale weg tot kuisheid voor een christen maar twee alternatieven kent: het sacramenteel huwelijk of de seksuele onthouding, betekent dat voor een homoseksuele geaarde: seksuele onthouding.
Inderdaad, volgens de kerkelijke leer zijn geslachtsrelaties maar volmaakt als ze volkomen relationeel zijn. Dit betekent: Seksuele relaties binnen een definitieve band (sacramenteel huwelijk), die getrouw is (niet voor het huwelijk, niet buitenechtelijk, geen polygamie), alsook complementair (tussen een man en een vrouw: geen zelfbevrediging, pornografie, of homoseksuele relaties).Alle andere seksuele relaties zijn daarom - zo luidt het in de officiële leer van de Kerk - "intrinsiek ongeordend". (nr.2357) Homoseksuele relaties (maar ook zelfbevrediging, pornografie, jeugdseks, seks tussen ongehuwde, of tussen mensen die uit het echt gescheiden zijn) zijn dus volgens het christelijk ideaal niet moreel gerechtvaardigd.
Tevens blijkt "seksuele onthouding" voor velen een haast onmogelijk te bereiken ideaal. Zelfs de Universele Catechismus weet dat maar al te goed en spreekt van een weg die nader brengt tot de "christelijke volmaaktheid", dus tot heiligheid (nr.2359). De morele leer van de Kerk is geen startpunt zonder dewelke men geen plaats vindt binnen de christelijke gemeenschap, maar een horizon - een ideaal - naar dewelke men dient te streven.
Daarbij mag men nooit uit het oog verliezen dat de morele waardering van menselijke seksualiteit een heleboel gradaties kent. De katholieke moraal herinnert ons eraan dat de morele beoordeling van een daad rekening moet houden met het voornemen van de auteur, alsook met de omstandigheden. Laten we dat op een concreet voorbeeld toepassen: Aan de ene kant betrappen jullie een puber die op internet naar porno zoekt en aan de andere, een volwassene die een kind verkracht. Beide daden zijn volgens de christelijk leer immoreel, maar ieder mens met een beetje gezond verstand weet maar al te goed dat er tussen beide gevallen een hemelbreed verschil bestaat. Hetzelfde geldt met homoseksualiteit. Een getrouw homoseksueel koppel dat een waar liefdeproject beleeft is qua morele beoordeling iets heel anders dan een gehuwde genieter die uit nieuwsgierigheid stiekem allerhande homoseksuele ervaringen opzoekt.

Politieke strijd om symbolen

Op politiek vlak bestaat er heden een serieus geschil tussen de holebi bewegingen en de katholieke Kerk. Omdat deze laatste homofoob is? Niet zo. Maar omwille van andere maatschappelijke prioriteiten.
Wat willen de holebi lobbies? Een symbolische maatschappelijke erkenning. Hoe? Door aan homoseksuelen langs politieke wegen toegang te geven tot het familiaal model: recht op huwelijk en op kinderen. Als men nu het aantal burgerlijke homohuwelijken in ons land bekijkt of de reële vraag naar een wettelijke homoadoptie, dan ervaart men dat de vraag in werkelijkheid klein is. Het gaat hier dus niet eerst en vooral om het oplossen van een maatschappelijke nood, maar wel om een symbolische strijd tegen wat holebi's als een discriminatie ervaren.
Wat wil de Kerk? Het traditioneel familiaal model verdedigen: monogaam huwelijk tussen man en vrouw, met het oog op een levenslange liefdesrelatie en - indien mogelijk - het verwekken en opvoeden van kinderen. Dit model werd aangetast, eerst door de banalisering van echtscheiding, nu door het homohuwelijk en - volgens mij - binnenkort door de wettelijke toelating van polygamie.
Die politieke strijd om symbolen is een pijnlijke zaak. Het politiek standpunt van de Kerk op dat vlak kwetst vele homoseksuelen en verwijdert hen zodoende van het Evangelie. Het maakt de kerk ook impopulair. De meerderheid van de Vlaamse bevolking - vooral jong en trendgevend - heeft nl. geen goed oor voor onze visie.
Nochtans mag de Kerk haar pleidooi voor het traditioneel huwelijksmodel niet laten varen. Ofwel is men van mening dat elke vaste vorm van affectieve relatie tussen volwassenen als huwelijk kan beschouwd worden en dus ook als basis aanzien kan worden van de familie. In dat geval moet men zich terecht afvragen waarom het judochristelijk criterium van de monogamie nog staande blijft in onze maatschappij. Ofwel denkt men dat de traditionele opvatting aangaande huwelijk en familie, die één van de fundamenten van onze beschaving is, nog geldt. Dan omvat deze de seksuele verscheidenheid van beide ouders: het huwelijk is in haar wezen een heteroseksuele instelling.
Dit belet niet dat homoseksuele personen die een vaste relatie aangaan, een bepaalde juridische en sociale erkenning zouden krijgen (zoals de Belgische bisschoppen reeds in '98 verklaarden - dus ver voor de legalisering van het homohuwelijk in ons land), of dat kinderen die door homokoppels opgevoed worden de nodige gerechtelijke bescherming zouden krijgen. Maar noem dat geen "huwelijk" of "adoptie", want deze begrippen behoren tot het familierecht, en daarmee vergroot men de sociale verwarring aangaande die instellingen.

Homo's en priesterschap

De jongste instructie uitgegeven eind november door de Romeinse congregatie voor katholiek onderwijs (29 november 2005) heeft het over het al dan niet aanvaarden van homoseksueel geaarde kandidaten op het seminarie. Dit Vaticaans document noemt drie criteria op om een kandidaat af te wijzen.
Het eerste criterium is evident. Een kandidaat die homoseksueel actief is, moet men afwijzen. Dat geldt voor alle kandidaten, homo of hetero: Het kerkelijk celibaat aanvaarden, betekent seksuele onthouding naleven.
Het tweede criterium heeft het over het afkeuren van een kandidaat die voor de gay cultuur opkomt. Dat is al minder duidelijk, maar waarschijnlijk betekent de Instructie daarmee dat een kandidaat die opkomt voor de politieke eisen van de holebi lobbies, geen plaats heeft op het seminarie. Om toekomstige frustraties te voorkomen is het inderdaad wijs deze af te raden om priester te worden.
Het derde criterium luidt dat kandidaten wiens homoseksuele geaardheid "diep ingeworteld" is, geen toegang mogen krijgen tot het priesterschap. Hoe moet men dit interpreteren? Een seksuele geaardheid van iemand die seksueel niet actief is, valt moeilijk te meten. De Instructie geeft ons een extra element: "Deze personen ondervinden een ernstig obstakel om tot een juiste relatie te komen met mannen en vrouwen".
Een "harde" uitleg van dit criterium luidt: "Elke diep ingewortelde homoseksueel geaarde, komt onmogelijk tot een juiste relatie met mannen en vrouwen". Deze opvatting is niet te verdedigen. Ga dat eens toepassen op homoseksueel geaarde mensen die belangrijke openbare functies bekleden. Wie zou durven beweren dat deze ministers of Europese commissarissen onmogelijk tot een juiste relatie kunnen komen met mannen en vrouwen?
Een "symbolische" uitleg luidt: De priester is symbolisch geroepen om als bruidegom van de Kerk op te treden, dus is het niet passend dat een homoseksueel geaarde - die geen bruidegom voor een bruid kan worden - zo'n taak opneemt. Deze interpretatie valt m.i. ook moeilijk te verdedigen. In het bisdom Hasselt en in dat van Namen werd - met pauselijke goedkeuring - een katholiek geworden gehuwde dominee tot priester gewijd. Is deze man dan symbolisch bigamisch? Uiteraard niet. Een symbool mag men dus nooit te realistisch op concrete situaties toepassen.
Zoals hun Zwitserse, Nederlandse en vele andere collega's, hebben de Belgische bisschoppen dus voor een «zachte» interpretatie van dit criterium geopteerd: "De kandidaat wiens homoseksuele geaardheid zo sterk is, dat het obsessioneel wordt en hij daardoor het gewijd celibaat niet op een serene manier kan beleven en tot normale verhouding met mannen of vrouwen kan komen, mag niet tot het priesterschap toegelaten worden". Dit criterium geldt ook voor heteroseksuelen.
Waarom dan deze instructie? Omdat het thema homoseksualiteit vandaag sociaal op de voorgrond is gekomen en Rome wil voorkomen dat deze realiteit in seminaries overkeken zou worden. Een seminarieverantwoordelijke die belet dat zijn kandidaten met meisjes flirten, maar niet in acht neemt of ze het met jongens doen, komt zijn kerkelijke opdracht niet tegemoet. De ware vraag die elke seminarieverantwoordelijke zich moet stellen is: Is deze priesterkandidaat geschikt om op een serene manier het gewijd leven te leiden die de Kerk van hem verwacht?

Kerkelijk ideaal en pragmatische aanpak

Wat hier volgt is een meer persoonlijke pastorale beschouwing: Hoe begeleiden we een homoseksueel geaarde christen, die meent zonder seks niet te kunnen leven? Een schijnhuwelijk aangaan met iemand uit een ander geslacht en daarnaast een ondergronds seksueel leven leiden? Uiteraard niet! Als vrijgezel door het leven gaan zonder zich aan een vaste seksuele partner te binden? Dat is niet zingevend. We moeten hem of haar aansporen tot onthouding, maar indien hij of zij dat niet aankan of wil, dan moet er begrip komen indien hij of zij een duurzame homoseksuele liefdesrelatie opbouwt.
Theoretisch is dit moreel niet goed te spreken (vanuit de Sofia of contemplatieve wijsheid, die de Kerk met haar christelijk ideaal verwoordt), maar praktisch gezien blijkt dat voor die concrete situatie de "minst slechtste" oplossing (vanuit de phronèsis of het pragmatische oordeel van iemand geconfronteerd met een concreet alternatief en die niet voor een struisvogelpolitiek wil opteren). Hetzelfde geldt trouwens voor hetero's: Wat met iemand die uit het echt gescheiden is en de seksuele onthouding niet aankan? Zich uitleven in seksueel toerisme, of een nieuwe vaste relatie aangaan? In geval onthouding niet kan, moet er begrip komen indien een christen voor het tweede alternatief kiest, al is dit ook niet vanuit het ideaal van de kerkelijke moraal goed te praten.
Hoe gaan we dan om met een vast homokoppel die een kerkelijke erkenning van hun relatie wenst? Volgens mij moet elke vorm van kerkelijke viering van een homorelatie (met zegen, enz) vermeden worden, want dit zorgt voor verwarring. De man van de straat zal er als conclusie uit trekken: "Zie je wel dat homo's ook voor de Kerk mogen huwen?" Wat wel mogelijk is, is dat de bedienaar van de eredienst met deze mensen en hun verwanten gaat bidden (bij hen thuis, in een kapel). Ik weet wel dat sommigen deze aanpak als hypocriet zullen bestempelen. En inderdaad, ze is niet ideaal. Maar voor onze tijd en cultuur vind ik die nu eenmaal de "minst slechte".
Nogmaals: een homorelatie - zelfs getrouw - is nooit helemaal met het ideaal van de kerkelijke moraal te verzoenen. We moeten christenen die dat beleven hierover rustig kunnen informeren. Maar in concrete gevallen kan hun levenskeuze de "minst slechte oplossing" zijn. We mogen deze mensen zeker niet het gevoel geven dat ze uit onze kerkgemeenschap gestoten worden. Wat de Kerk van Christus staande houdt, zijn niet eerst en vooral onze menselijke deugden, maar wel de liefde van God die groter is dan de zonde. En zondaars zijn we allen. "Hij die zonder zonde is, gooie de eerste steen."

Forum 11 maart 2006